K(r)amperen…

Het wordt steeds rustiger. Veel bloggers hebben blogpauze en veel van mijn collega’s maken zich op voor hun vakantie. Je merkt de spanning en de stress. Ook op straat. Iedereen is een beetje hyper. Nog snel even dingen kopen: een zak aardappels, een pot pindakaas, hagelslag. Want dat hebben ze niet ‘daar’.

Bij ons was het vroeger omgekeerd: wij namen uit Frankrijk veel mee omdat ze dat hier niet hadden. Ok, we namen wel die zak aardappels uit Holland mee, maar dat was om op de dissel te leggen. En die hagelslag ging ook mee, want dat kennen ze niet Frankrijk. En niets was zo lekker als een kraakvers stokbrood dik besmeerd met die van die heerlijke halfgezouten roomboter en dan hagelslag erover. Mjammie. Ik kon daar echt van smullen.Lees meer »

Vakantieherinneringen

Op deze warme dag blijft iedereen erg jumpy. Ik weet niet wat het is. Volgens mij is het toch geen volle maan binnenkort. Luid met elkaar overleggen op de gang voor mijn deur of diverse lachsalvo’s die weerklinken. Niet erg natuurlijk, beter hard lachen dan hard huilen, dus het zal wel aan mij liggen. Ben als een veer deze week. Een gespannen veer dan wel te verstaan.

Of misschien zijn het de aanstaande vakanties van deze of gene, want aankomende vrijdag is het noorden aan de beurt en dan wordt het hier heerlijk rustig….Lees meer »

15 jaar geleden…

Vandaag is het 15 jaar geleden dat het echt ‘aan’ was tussen Jan en mij. Dat zeiden wij vroeger toch zo: het is aan. 15 jaar geleden om deze tijd zaten we in Haines Junction (Canada), lag de campground vol met witte pluisjes van de Cottonwood tree (populier) en waren we net een week terug van een rugzaktrekking van een week in de Yucon. Vuil en vies en moe.

We hadden toen twee dagen een gebied ingelopen langs een gletsjerrivier waar we op een gegeven moment ons kamp hadden opgeslagen in de bekende driehoek, zoals je doet als je in bear country gaat kamperen: tenten,  ‘keuken’ en de ‘voorraadkast’. Een WC was er niet behalve ergens in de bosjes, kuiltje graven met de poopscoop, toedekken en WC papier weer meenemen of verbranden. We hebben daar nog twee dagen rondgewandeld – zonder zware bepakking – langs de gletsjer of gewoon hups ‘hier gaan we linksaf’. ‘Waar is het wandelpad?’ ‘Wandelpad?’ Niks wandelpad, gewoon tegen de helling naar boven, klauterend over bomen, glijdend over stenen, bukkend door shrubbery (struiken).

Tussen de wolven, de beren en de dallsheep. Overigens van wolven alleen de sporen gezien, de dallsheep waren er wel maar als ienieminie stipjes gezien en de grizzly beren wel van ietsjes dichterbij, ahum (vrij dichtbij dus…).

IMG_9780
Grizzlybeer (foto van 2008 – Alaska)

Afijn, na één dag het gebied weer uitgelopen te zijn – dus over de heenweg deden we twee dagen, terug in één ruk eruit – kwamen we bij de campground in Haines Junction waar we onze bergen was hebben gedaan en eindelijk weer eens écht hebben gegeten: friet met steak. Zo, wat smaakte dát goed na een week havermout, pancakes, oude beagels en overig pakjesvoer.

Na deze copieuze maaltijd ging het gros van de groep terug naar kamp, maar Jan en ik bleven daar beetje poolen met een stel Ieren tot laat in de avondnacht. Het werd toch niet donker, dus who cares.

En zo geschiedde: het bleef nog lang licht die nacht en ik geloof dat ik pas tegen drieën mijn slaapzak weer in kroop.

De dag erna zaten we (natuurlijk) lekker naast elkaar in het busje op weg naar de Stikine River. Daar werden we met een jetboat de rivier opgebracht tot aan de gletsjer. Alle spullen uitladen (tenten, eten, kampeerspullen, tarps, je kent het wel….) en werden we daar achtergelaten. Daar lagen een stuk of 8 kajaks klaar voor ons: de meesten tweepersoons en het was de bedoeling dat we de komende week de Stikine River zouden afvaren. En, hoe toevallig, er was een tent te veel meegekomen! Hoe kan dat nou??? Daarvoor had ik met de reisleidster in één tent geslapen, maar ja, nu. Nu niet meer natuurlijk. En Jan z’n medeslaapgenoot had vanaf dat moment een tent voor hem alleen.

Maar we hebben de rest van die tocht altijd de tent opgezet van de reisleidster naast de tent van ons, omdat zij op dat moment wel meer te doen had dan haar tent op te zetten. Zo waren we dan ook wel. We hielpen met alles: koken, afwassen, vissen, pudding maken, tenten op- en afbreken, drinkwater maken, kamp schoon. Na een week peddelen tussen afgebroken ijsbergen, over stroomversnellingen, langs een hot-tub (!) en over de ondiepe delta bij Wrangell waar we regelmatig vast kwamen te zitten, kwamen we aan in Wrangell, een klein dorpje dat net weer in Amerika (Alaska) ligt.

Ik kan nog vele bladzijden vol schrijven over onze avonturen op die tocht, want na dit weekje werden we  – na een tocht met de veerboot door de fjorden, de Inside Passage – ingevlogen met een watervliegtuig naar een gebied wat je enkel per vliegtuig kunt bereiken en waar het werkelijk stikte van de muggen.

En aangezien het digitale fototijdperk nog niet z’n intrede had gedaan, kan ik dit verhaal (nog) niet opfleuren met foto’s. Als ik eraan denk kan ik ze inscannen en er later bijplakken.

En als ik dit zo schrijf, dan heb ik zo ontzettend veel zin om zo’n vakantie nog één keer te doen! Ondanks de ontberingen, de muggenbulten en de blessure aan mijn pols (carpaal tunnel syndroom) toen van het kajakken, heeft deze ervaring zo’n enorme impact gehad op mij, dat ik voorgoed verliefd ben op Canada en alles wat wild is.

IMG_9498
Foto van 2008 in Alaska

En op Jan natuurlijk…. 🙂